Als ik de tijd krijg, weet ik nog een hoop

Al voor het zesde jaar wordt van april tot en met november de duofiets bij van Haarenstaete vier keer per week naar buiten gereden door leden van Toerclub Mariaheide (TCM). Acht leden zorgen ervoor dat bewoners in die periode lekker van de buitenlucht kunnen genieten en langs vertrouwde plekjes kunnen fietsen. We spraken met twee vrijwilligers Piet de Koning en Jan van Boxmeer. Het werd een levendig gesprek waarbij het ene mooie verhaal gevolgd werd door het andere.

In 2012 werd Peter Verkuijlen (voorzitter van TCM) benaderd door Hennie van Asseldonk van Van Haarenstaete. Zij vroeg of er bij TCM leden waren die bewoners met de duofiets rond wilden rijden. Peter vond het een prachtig initiatief en benaderde op zijn beurt leden die, net als hij, met pensioen waren. Jan: “Ik had tijd en vond het mooi om iets te doen. Daarom heb ik ja gezegd.” En zes jaar later doet hij het met zeven anderen nog steeds met heel veel plezier.

Herkenbare plekken

Piet: “Het is altijd aftasten hoe ik contact kan krijgen met een bewoner. Ik vraag bijvoorbeeld wat iemand vroeger gedaan heeft, waar iemand gewoond heeft of waar iemand geboren is. Het is heel verschillend hoe bewoners reageren. Er zijn bewoners die het gesprek vermijden, maar er zijn ook bewoners die graag praten. Ik fiets graag naar herkenbare plekken voor de bewoner. Zo ben ik eens met een bewoner op bezoek gegaan bij een bedrijf waar hij vroeger vaak kwam, daarna fietsten we langs een boerderij waar kennissen van hem wonen. Ik vroeg of hij wist wie daar wonen. Hij vertelde heel ad rem: “Als ik de tijd krijg, dan weet ik nog een hoop.” Dat bleek wel, want de eerste naam volgde na enige tijd. Na een tijdje zei hij dat de tweede naam een moeilijke naam was en hij noemde een naam die erop leek. De bewoner zo zien genieten, dat vind ik prachtig.”

Dan volgt het volgende mooie verhaal. “Een oud-wielrenner huilde van blijdschap toen we terugkwamen van de fietstocht. Hij had vanwege zijn slechte gezondheid al lang niet kunnen fietsen en hij had er zo van genoten.”, vertelt Jan met veel plezier. Jan vervolgt: “We maken contact met mensen en horen mooie verhalen en anekdotes. Soms is het ook wel moeilijk, want we zien mensen achteruit gaan. Het is ook belangrijk om goed uit te leggen wat we gaan doen, want dat vermindert onrust bij de bewoners.”

Bloeiende bloemen

Opeens komt er bij Piet weer een mooie anekdote boven: “Ik leg altijd uit waar we naar toe fietsen. Zo ook die keer op weg naar Uden. De bewoner waar ik mee fietste zei toen tegen me: “Ik zal de weg niet weten, ik ben vrachtwagenchauffeur geweest.” Vervolgens zei hij de naam van de straat waar hij gewoond had. Daar zijn we naartoe gefietst en we hebben thee gedronken bij zijn oude buurman. Jan vult aan: “Omdat wij zoveel tijd hebben voor de bewoners komt er veel informatie los waar we op in kunnen spelen. We fietsen ongeveer een uur. Er wordt niet continu gepraat, maar in een uur kan een bewoner veel vertellen waar wij op in kunnen spelen. De herkenning bij een bewoner, dat is het mooiste. Bij de ene bewoner is het de herkenning van bloeiende bloemen of het weer. Een ander kan zelfs een paar dagen later nog vertellen dat ze door de oude buurt is gereden en nog het een en ander wist van wie waar gewoond had.”

Jan en Piet besluiten: “We zijn elke keer weer benieuwd wat het ons brengt. Soms kan het een woordje zijn en soms een mooie anekdote. Daar praten we dan op zondag tijdens de wekelijkse toertocht van de club met elkaar over. We vertellen elkaar dan wie we in de stoel hadden en hoe het ging. Het is heel leuk vrijwilligerswerk wat veel voldoening geeft.”

Foto: Jan van Boxmeer, de heer van Delft en Piet de Koning

Ook vrijwilliger worden? Dat kan!

Vrijwilligers

Bij Amaliazorg zijn meer dan 200 vrijwilligers actief. Al deze vrijwilligers zijn enorm belangrijk voor Amaliazorg! Door hun ondersteuning leveren zij een waardevolle bijdrage aan het welzijn en het welbevinden van bewoners en deelnemers aan de dagverzorging. Wil jij ook een steentje bijdragen? Dan ben je van harte welkom!